|
Dag 1 : Vertrek op het Kanaal van Briare |
| Terug naar het menu van het vakantieverhaal |
De volgende morgen treffen Wim, Inge en de kinderen de twee ongeluksvogels met kleine oogjes aan de ontbijttafel. Naar jaarlijkse goede gewoonte worden zij beiden voor hun prestaties van gisteren meteen genomineerd voor de beruchte 'piemelprijs' (PP). Maar bij een paar croissants en een kop koffie is de ellende van gisteren al snel vergeten. Daarna is het inkopen geblazen, waarbij nu ook de achterbank van de Volvo eraan moet geloven en volgeladen wordt met drankkratten en waterbussen. Het middagmaal nemen we opnieuw in het restaurantje van gisterenavond, waar de achtjarige Alexander er zowaar in slaagt in het Frans extra kaas voor zijn spaghetti te bestellen !
Om half drie is het
dan zover: we keren weer naar de haven
bij de kanaalbrug, waar de basis van
'Charmes Nautiques' gevestigd is. De
ontvangst is hartelijk en het papierwerk
snel geregeld (zouden zij weten dat ook
Inge aan boord is, die vorig jaar onze
Triton op de rotsen liet lopen ?). De
bagage wordt van de auto's overgepompt
in 'onze' boot: een 'Espade Concept
Fly'. Een erg handige 'houseboat' zonder
niveauverschillen die zowel binnen als
buiten kan bestuurd worden, zodat de
stuurman ten volle mee kan genieten van
de omgeving en zijn zicht niet steeds
beperkt ziet door net iets te hoge
kanaaloevers. Al gauw blijkt echter dat
ook dit jaar de krap bemeten
linnenkastjes allerminst de inhoud van
onze talrijke zakken aankunnen. Er komt
weer heel wat meet- en paswerk bij
kijken om de inhoud weg te proppen. Met
de tassen van Alexander en Maarten lukt
dat overigens niet: hun bagage vindt een
onderkomen op het voeteinde van hun
respectievelijke stapelbedden. De
kinderen zelf hossen intussen
overgeëxciteerd over het dek, wachtend
op het officiële startschot van de reis.
Maar eerst onderwerpen we ons nog gedwee aan de inventarisatie, een summiere technische uitleg, brand- en veiligheidsvoorschriften en tenslotte een praktische les. Die blijft gelukkig beknopt omdat het tenslotte niet de eerste keer is dat Wim een kanaalboot bestuurt. Om half vier is het zover: de vier anciens en de twee nieuwelingen maken zich los van de kade en keren de steven (met kleine letter 's', dus niet het bemanningslid) naar het zuiden. Alhoewel onze vaarroute naar het noorden loopt, kunnen we immers niet aan de verleiding weerstaan om eens over en weer de negentiende-eeuwse kanaalbrug te varen.
De haven vanwaar we
vertrekken, is niet de jachthaven, waar
het restaurantje van daarnet gevestigd
is. Deze werd immers pas gebouwd bij een
aftakking van het originele kanaal van
Briare, die nodig was om dit aan te
sluiten op de kanaalbrug over de Loire.
Als je in Briare langs de Loire wandelt,
zie je een waar kluwen van kanalen
bedekt met eendekroos. Dat weerspiegelt
de waterbouwkundige evolutie door de
eeuwen heen. Bij de opening van het
kanaal van Briare in 1642 komen de
schippers bij Briare via de sluis van
Martinet in de Loire terecht, waarlangs
ze westwaarts naar Orléans trekken of
zuidwaarts naar Nevers. Een eeuw en
anderhalve eeuw later worden er
overigens nog twee van zulke sluizen
bijgebouwd. Ten tijde van de Franse
Revolutie weerklinkt de roep van de
schippers en de scheepstrekkers naar een
kanaal dat lateraal met de Loire loopt
steeds luider. De brede rivier is immers
erg moeilijk bevaarbaar stroomopwaarts
van Briare en staat vaak of te droog, of
te wild.
Tenslotte besluit de centraleoverheid tot de bouw van het Loire-kanaal dat het tracé van de linkeroever volgt. Omdat Briare op de rechteroever ligt, gebeurt de oversteek van de Loire bij Châtillon-sur-Loire, enkele kilometers ten zuiden van Briare, waarna het Loire-kanaal rechts van de rivier verder loopt tot in de stad en daar aansluit op het bestaande kanaal van Briare. De eerste schippers die deze oversteek moeten maken, geloven hun ogen niet. Vanuit het zuiden komend 'werpen' ze zich via een sluis in de Loire, waar ze slechts de bescherming van één onder het wateroppervlak gelegen dijk vinden. Door beurtelings een van de twee ankers te werpen en bij te trekken, slepen ze zich moeizaam schuin naar de overkant. Daar wachten hen tenslotte zestig onbeschermde meters tot boven de sluis van Combles, waar ze met de nodige doodsverachting aan de kade moeten zien aan te meren. De oversteek neemt dan ook gemiddeld drie uur in beslag, stroomopwaarts kan die tijd verdubbelen. Later brengen een tweede niet-verzonken dijk en een trekmachine wat soelaas voor de scheepstrekkers.
Deze toestand is echter niet langer houdbaar en een halve eeuw later kiest men voor een elegante maar gewaagde oplossing: men laat het Loire-kanaal doorlopen tot even voor Briare, waar men de brede Loire oversteekt met behulp van de reusachtige kanaalbrug. Aan de andere kant snijdt een nieuw gegraven sleuf een stukje van het oorspronkelijke kanaal van Briare af en sluit hier drie kilometer verder naadloos op aan. Sindsdien is de oorspronkelijke haven afgesloten van de Loire en moeten de daar afgemeerde pleziervaarders een ommetje maken om aan het Loire-kanaal te geraken.
Aangezien wij
vertrekken vanuit het meest recente
kanaalstuk varen we zonder dralen de
smalle kanaalbrug tegemoet, in feite een
reusachtige U-vormige bak met aan de
kanten de vroegere jaagpaden, die nu de
wandelaars mooie vergezichten bieden
over de Loire. De verkeersregeling is
erg simpel: diegene die als eerste de
brug opvaart, heeft voorrang. Maar je
moet al over een goed stel kijkers
beschikken om de vaak piepkleine
eendagsbootjes te ontwaren van op een
kilometer afstand … We wachten even op
een tegenligger en dan begint Wim aan de
oversteek tien meter boven de rivier.
Ook Inge probeert even, maar de door
haar gehanteerde 'bim-bam'-techniek
tegen de stalen kanaalwanden zorgt voor
teveel hilariteit bij de wandelaars.
Net over de brug houden we de boot even aan de kant om de aak die achter ons vaart door te laten, terwijl Steven, Maarten én Alexander meteen van de gelegenheid gebruik maken om de opgebouwde blaasspanning te ventileren in de graskant. Bij het keren van de boeg krijgt de wind vat op de boot en blijkt meteen van welke absolute flutkwaliteit de parasol is die ons bovendek siert, want die wordt gewoon het kanaal in geblazen. Hij wordt opgevist, waarna Steven de 'honneurs' waarneemt om de boot terug de kanaalbrug over te varen, zodat Wim van op het voetpad enkele kiekjes kan schieten.
We zijn dus nu definitief op pad van de Loire naar de Seine ! We wuiven in de haven even naar 'Charmes Nautiques' en worden even verderop (k199) geconfronteerd met een accidentele vervuiling, waarbij brandweerauto's een olievlek die weglekt uit een oud Hollands schip indammen en bestrooien met een rood absorberend poeder. Inge stuurt ons door de wachtpoorten bij de splitsing waar een sluis afdaalt naar het originele stuk van het kanaal dat we nu bevaren. De sluiswachter roept ons vanuit de verte zowaar nog een goede reis toe. We zijn nu definitief op het authentieke 'Canal de Briare' en zetten koers naar de eerste sluis, waar ons een kleine colonne boten tegemoet komt die net versast werd. Een ééndagsbootje (dat we oneerbiedig 'mug' noemen naar het enerverende buitenboordmotorgeluid), een collega-pleziervaarder en tenslotte een rondvaartboot waar een kleine handbeweging van ons een ware golf van honderden wuivende handjes oplevert. Zo hebben we het graag !
Rond vijf uur is het
zover: Steven en Tanja krijgen hun 'sluisdoop'
bij de sluis van Venon (s5). Die is
zoals alle andere in deze streek
voorzien van een ophaalbruggetje, dat er
meestal werkloos bijligt omdat je er zo
onderdoor kan varen. Inge springt af en
duwt op de groene knop die deze
onbemande sluis in werking stelt. Het
dalen van de drieëneenhalve meter
verloopt zonder veel gewoel. Hiervoor is
de uitgekiende waterinlaat
verantwoordelijk, die gebeurt via twee
aquaducten die in het hogergelegen
kanaalpand water slikken en uitmonden
vooraan in de zijmuren van de sluiskom.
Dit ingenieuze systeem zorgt ervoor dat
de sluis snel gevuld wordt, maar ook dat
het water niet loodrecht op het eerste
schip uiteenspat, zodat dat zonder enige
moeite tegen de kant gehouden kan worden.
Een meer gebruikte, want goedkopere
techniek zijn schotten in de sluisdeuren
zelf, die dan opgehaald worden. Dat dit
beduidend meer turbulentie geeft in de
sluiskom, zullen we een week later aan
den lijve mogen ondervinden op het
'Canal du Nivernais'. Maar de sluizen
hier zijn uiterst efficiënt en een
sluisgang neemt slechts vijf minuten! De
lage bruggetjes zijn talrijk, waarbij de
schipper telkens luidkeels 'bruuuuuuuug'
moet roepen om te vermijden dat we met
een of andere onthoofde matroos onze
reis moeten staken.
Voorlopig loopt alles gesmeerd en een kwartier later is het met een (sippe) collega even wachten bij de volgende sluizen (s6, s7). Bij deze laatste loopt niet echter alles gesmeerd, want de boten die stroomopwaarts willen varen, stijgen eerst zoals het hoort, maar zakken vervolgens weer om dan definitief te stijgen tot op ons niveau. Alexander gebruikt intussen al zijn krachten om onze Espade aan de kant te houden, althans totdat de foto genomen is … De vriendelijke sluiswachtster van Ouzouer-sur-Trézée raadt ons aan de resterende vijf kilometer met haar vijf sluizen naar het hoogstgelegen kanaalpand vandaag nog te overbruggen. Hierbij houdt het riviertje de Trézée, wiens vallei het kanaal gebruikt, ons andermaal gezelschap. Het tikt regelmatig even aan om water te leveren voor het kanaal en fungeert even verder dan weer als overloop voor het kanaal bij plotse hevige regenval. Op die plaatsen loopt het jaagpad dan over een stenen muur met gietijzeren leuningen.
Nieuwbakken stuurman Steven stuurt de boot zonder verpinken de sluis van Moulin-Neuf (s8) in, waar matroos Maarten plichtsgetrouw aan land springt om de touwen rond een meerpaal te leggen. Zonder vast te knopen uiteraard, of onze boot zou bij het leeglopen van de sluis hoog boven het water tegen de kademuur komen te hangen … In geval van nood, als een knoop in een touw het verder zakken zou belemmeren, ligt zowel voor- als achteraan altijd een scherp snijmes klaar. Dat hebben we in de voorgaande jaren al een aantal keer zien gebruiken, waarbij het schip dan met een hevige dreun in de sluiskom dendert, spectaculair hoor! Wij nemen routineus bij de waterscheiding tussen het stroomgebied van de Loire en dat van de Seine, waar we aanleggen bij de vijver van Boudinières (k13). Tezamen met enkele andere meertjes vormt dit een eeuwenoud hydraulisch systeem van spaarbekkens en toevoergrachten voor het kanaal. Toch bleef men eeuwenlang kampen met een watertekort in het kanaal, waardoor de minimum diepte soms herleid werd tot 2 à 3 voet en het kanaal in de zomermaanden vaak simpelweg gesloten wordt. Na de aanleg van de kanaalbrug te Briare werd hieraan geremedieerd door de bouw van een pompstation in de Loire dat het water oppompt naar een hoogte van 169 meter boven zeespiegel. Vandaar vloeit het via een elf kilometer lang betonnen voedingskanaal naar dit kanaalpand, waar we aanleggen op een hoogte van 166 meter.
Zodra de boot voor de
nacht stevig vastgemaakt is aan de
piketten nabij een steigertje van de
Etang de Boudinières, springen we in
het koele kanaalwater. Steven probeert
indruk te maken op het aanwezige
vrouwvolk met behulp van een bal die hij
in zijn zwemshort steekt, zogenaamd 'om
beter te blijven drijven'. Gelukkig
beschikt hij ook over het nodige
technische vernuft en maakt in een
oogwenk (nu ja, enkele oogwenken dan)
onze onwillige olielampjes bruikbaar.
Omdat hij ook daarna vaak handiger
blijkt te zijn dan de rest van het
gezelschap (wat dus ook aan die anderen
te wijten kan zijn), krijgt hij de
bijnaam 'Mc.Gyver' , naar de
gelijknamige televisiereeks. Hierin zou
het hoofdpersonage er zonder twijfel in
slagen om met behulp van een lege fles
cola, een afgebroken lucifer, een oude
fietsbel en wat keukenzout een uit de
kluiten gewassen atoombom te fabriceren.
Douchen lukt alleen
nog voor Wim en Inge, daarna is het
water op. Zou de rederij de watertank
zijn vergeten bij te vullen? Een
vijfliterfles drinkwater biedt Steven en
Tanja soelaas, waarna de fles pastis
alweer aangesproken wordt (om te drinken,
niet om te wassen wel te verstaan).
Barman van dienst is Steven die de
opgegeven maat van 'een duim Ricard'
aangelengd met water interpreteert als
een verticale duim waarna de gevolgen
zich laten raden. Bij valavond maken 'de
mannen' een fietstochtje langs de zonet
gepasseerde sluizen, over een van de
ophaalbruggetjes tot bij een overloop,
waar Maarten en Alexander het noodlot
tarten door te poseren op de spekgladde
stenen. Ze komen er zonder kleerscheuren
vanaf, totdat ze even later beiden
binnen de kortste keren met hun fiets
tegen de vlakte gaan op het grindpad.
Intussen zijn Inge en
Tanja tot de ontdekking gekomen dat we
brood vergeten te kopen zijn, zodat het
improviseren wordt voor ons avondmaal.
Een van de twee keukenprinsesjes wiens
naam niet vernoemd wordt, maar het is
niet Inge, mikt het lucifertje waarmee
ze het fornuis aansteekt, gracieus door
het open raampje … dat helaas gesloten
is. Het jaarlijkse 'noodmenu' doet het
nu ook weer uitstekend : pompoensoep
vooraf waarna tonijn in perzik met rijst
vult elke hongerige maag. Daarna is het
nog wat nagenieten op het bovendek. Lang
duurt dat deze keer niet, want de
dorstige muggen zijn in dit moerasrijke
gebied talrijk.
In extremis weet Wim de felbegeerde dagelijkse piemelprijs van Alexander, Maarten of Tanja te ontfutselen door de dure bic van Inge van het bovendek in het kanaal te keilen. Hij zorgt overigens voor nog meer ongemak door die nacht met zijn oorverdovende gesnurk zowel Inge als Alexander uit de kajuit te verjagen. Zij vinden rudimentaire slaapgelegenheid in de leefruimte.
| Terug naar het menu van het vakantieverhaal |