|
Dag 8 : Via Joigny naar Auxerre |
| Terug naar het menu van het vakantieverhaal |
Zoals elke morgen
bestaat de eerste dagtaak er ook nu weer
het condenswater van het dek te vegen en
even na achten laten we Villevalier en
Saint-Julien achter ons. Bij de sluis
die het dorp stroomopwaarts beschermt
(s4) wacht een allercharmantst
sluiswachtstertje Steven op die
gefascineerd luistert naar haar uitleg 'dat
ze zonder elektriciteit zit' (haar sluis
tenminste) maar dat er hulp op komst is.
Haar woorden zijn nog niet koud of er
komt een oranje VNF-bestelwagentje over
het jaagpad gehobbeld om haar even later
weer 'onder elektriciteit te zetten'. De
schotten worden niet elektrisch
aangedreven en dat is maar goed ook,
want zo zijn de mannen getuige van de
uiterst sensuele manier waarop de deerne
de grote hefbomen beroert. Omdat Wims
gastro-intestinaal stelsel hem dringend
naar het toilet verwijst, moet Inge zelf
de sluis uitvaren en dat doet zij als
een gebrevetteerd stuurman, terwijl
Tanja onder haar hoedje nog even de ogen
sluit op dit vroege uur.
Doorheen dit prachtige rivierstuk gaat het langs het hooggelegen kerkje van St-Aubin-sur-Yonne (k36) via de gelijknamige sluis (s3) een afleidingskanaal in, dat hier de nodige kapriolen van de rivier vervangt. Het kanaaltje heeft dicht begroeide oevers en is erg smal, zodat we ons op een of ander Amazonezijtakje wanen. Een schutsluis brengt ons weer in de rivier en even later doemt Joigny op, dat zich als een amfitheater nestelt rond haar kades. Echt zin in een stadswandeling om ons te bevoorraden hebben we niet, maar we ontwaren een bakker op de kade net voor de brug en even later steekt Inge triomfantelijk haar stokbroden in de lucht (al klinkt dat een beetje raar).
En daarna gaat het
weer verder over de meanderende rivier
langs de sluis van Pêchoir (s2) waar
niet alleen een collega versast wordt,
maar ook een groepje Nederlanders in een
kano en waar de sluiswachter ons
voorziet van verse eitjes en de kinderen
van ijslolly's. Terwijl Steven als 'bewaker
van de dekreinheid' over en weer zeult
met emmertje en dweil, varen we langs
het 'bassin de vitesse' voor de
waterskiërs en een sluis met een
miezerig vervalletje van een halve
meter. Het is vijf voor twaalf (letterlijk)
en we vrezen dat we te laat zijn, maar
de aardige sluiswachter zwaait zonder
problemen de deur open en wordt beloond
met behoorlijk wat drinkgeld. Wat een
verademing na de onvriendelijkheid van
gisteren !
Even verder is er
zowat de enige mogelijkheid om verkeerd
te varen op deze trip bij de aansluiting
van het Kanaal van Bourgogne dat
Zuidoostwaarts verbinding geeft met
Dijon en de rivier de Saône. Maar wij
gaan linksaf en vervolgen onze weg over
'ons' kanaal, waar de nummering van de
sluizen herbegint, omdat zij ooit eerst
in gebruik genomen werden als de
verbinding tussen de Nivernais en de
Bourgogne. Even voor de eerste sluis
meren we aan bij de monding van het
riviertje de Armançon voor het
middagmaal dat bestaat uit Inges
stokbrood uit Joigny en negen soorten
geitenkaas. Steven neemt vervolgens het
roer over en na wat initiële
moeilijkheden gaat alles prima bij een
glaasje Pernod, zodat de drie sluizen
over drie kilometer niet het minste
probleem vormen. Intussen slaat Wim een
fles rode wijn achterover en poseert
vervolgens gewillig voor wat foto's met
de kinderen. Onder een toetrekkende
hemel houden die er intussen de moed in:
Alexander als wilde break-dancer vooraan
op het bovendek en Maarten als stuurman.
Inge en Tanja kregen dan weer een tikje
van de hamer en slapen resp. luieren,
terwijl we Appoigny en Gurgy
voorbijglijden.
Zoveel rust vraagt
gewoon voor een calamiteit als
tegengewicht en die komt er ook als we
even moeten wachten voor de sluis van
Monéteau (s5) bij een hoog metalen
ponton, gebouwd op maat van een aak.
Steven mist als stuurman de aanloop,
zodat Wim er niet in slaagt op de boeg
het touw rond de meerpaal te gooien en
de boot eerst scheef op de stroming komt
te liggen, en vervolgens met de hulp van
Steven dwars, ja zelfs met de boeg
stroomafwaarts wijzend. Wim klampt zich
intussen met doodsverachting vast aan de
metalen paal en geeft Steven instructies
om de boot hier rond te laten pivoteren
met zachte voor- en achteruitbewegingen.
Steven brengt nog wat meer leven in de
brouwerij door deze routine te
doorbreken en op volle kracht vooruit te
stomen.
Ons bootje schuift hierdoor
naast de paal en stort zich met een
verschrikkelijke klap op de kant, waar
een massief steenblok van 50x70 wel tien
centimeter achterover gedrukt wordt.
Glazen slaan rinkelend op de grond
uiteen, fietsen vallen om en Inge wordt
zo bruusk uit dromenland gehaald. Maar
we hebben een piemelprijs voor vandaag
en Steven is de gelukkige winnaar! Die
stort zich nu eerst op de Ricard en holt
even later naar het toilet, terwijl de
anderen de sluis binnenvaren. Die vult
zich een beetje te traag naar Alexanders
zin en hij vraagt hoe je "Kan het
wat sneller, Mijnheer" in het Frans
zegt. Hij roept hem de door de
volwassenen geleverde vertaling "Je
vous aime, Monsieur" toe, en duikt
meteen weg. De arme man vraagt zich
vertwijfeld af wie van de vrouwelijke
opvarenden hem dit liefdesaanzoek deed…
Met gekalmeerde
gastro-intestinale organen bewijst
Steven zijn stuurmanskunst door de
volgende sluis perfect te nemen en zo
stomen we verder richting Auxerre.
Maarten komt even later doodgemoedereerd
zeggen dat hij de emmer in het water
heeft laten vallen, zodat we meteen
rechtsomkeer maken om onze enige emmer
weer op te vissen. Het ding speelt
spelletjes met ons, zodat Maarten
noodgedwongen zelf het ijskoude water in
moet om hem op te vissen. Met meer dan
de nodige alcohol in ons lijf (vooral
Tanja is behoorlijk 'ge-Pastis-eerd')
zwalpen we om zes uur Auxerre (spreek
uit 'Oserre') in, waar alle ligplaatsen
bezet zijn. Omdat we geen zin hebben om
langszij te liggen bij een collega,
levert wat zoekwerk nog een plaatsje op
helemaal onderaan de rij van de 'Quai de
l'Yonne'. Dat is vlakbij de
Sint-Nicolaasplaats, patroonheilige van
de binnenschippers.
De polychrome
heilige man werd echter recent van zijn
sokkel gelicht voor een facelift, zodat
we enkel een lege nis kunnen bewonderen
met een gedenkplaat.
De alcohol vraagt voor een beetje 'fond' en we laten ons verleiden tot een bezoek aan de McDonalds. Met de fiets passeren we echter reclame van de Quick, zodat de plannen meteen bijgesteld worden. Tanja's platte band doet ons tenslotte weer op onze stappen weerkeren. Dat loont de moeite, want zo komen we voorbij de 'Clos de la Chaînette', een wijngaard in het centrum van de stad: 5 hectaren die door hun isolement ontsnapten aan de Phylloxera-schimmel die de andere Franse wijngaarden ooit volledig onbruikbaar maakte. Steven viert ons eerste hamburgermaal door meteen zijn frietjes tegen de grond te keilen, waarna hij er prompt nieuwe aangeboden krijgt bij de kassa. Met gevulde maagjes verkennen we de stad, dat bijzonder pittoresk is: nauwe steegjes, huisjes in vakwerk, een horlogetoren en een kathedraal, die echter dringend aan een grondige poetsbeurt toe is. We besluiten de avond bij een glaasje mierzoete Muscat op het bovendek.
| Terug naar het menu van het vakantieverhaal |