Dag 12 : De wijn van Tannay

 

Terug naar het menu van het vakantieverhaal Naar dag 13

 

Onder een stralende hemel worden we vandaag wakker om een uur of negen. Het dek wordt duchtig onder handen genomen, zodat we een uurtje later onze mooie overnachtingplaats verlaten en langs de kanaaloverloop bij Cuncy naar de gelijknamige sluis varen (s43). Het cornflakesontbijt moeten we daar nog niet onderbreken, want er loopt net een prachtige aak, de 'Art de Vivre', heel behoedzaam in met een speling in de breedte van nog geen tien centimeter. Samen met twee collega's is het vervolgens onze beurt om twee meter omhoog getild te worden, waarbij iedereen zijn vaste positie inneemt: Steven en Tanja respectievelijk vooraan en achteraan bij het touw en Maarten aan wal, waar hij de sluiswachter een handje toesteekt. Maar de vrolijke noot van Alexander missen we.

Langs een vermolmd draaibrugje gaat het naar Villiers-sur-Yonne, waar Inge in de sluis in knalrode bikini van het bovendek de boot met haar touw in bedwang probeert te houden. Dat lukt niet echt goed, want Maarten leeft zich uit met deuren en schotten, zodat we de sluis rondknotsen. Bij het uitvaren is het lachen geblazen met 'race-eendjes', die formule 1-prestaties neerzetten wanneer we hen stukjes brood van de varende boot toewerpen. De omgeving is hier werkelijk prachtig: nu eens zijn de oevers omzoomd met zacht aflopende weiden, dan weer zijn ze begroeid met dicht struikgewas, dat de kanaalbreedte met de heft reduceert.

Bij de volgende sluis hebben we er vanuit de verte zoals gewoonlijk weer het raden naar of zij 'klaar voor ontvangst' is. De verticale gleuf in de sluiswand, die zichtbaar wordt wanneer de deuren open staan, geeft wel vaak een hint. Omdat de sluiswachter een allerschattigst vrouwelijk exemplaar blijkt te zijn, heeft Wim niet veel overredingskracht nodig om van boord de klimmen en haar te helpen. Bij de sluis van Brèves staat Steven rustig een 'klapke' te doen met de sluiswachter zodat hij niet bemerkt dat de poorten al wijd open staan. Maarten werpt er de touwen met een machtige zwaai recht de sluiskom in.

Het loopt rond het middaguur en we zoeken een plekje, waar we voor de siësta doorheen het struikgewas aan bakboord bij de meanderende rivier kunnen geraken. Een schitterend plekje wacht net voor de brug van Asnois (k100,5), waar Inge en Wim even later in de rubberboot worstelen tegen de stroming tussen de brugpijlers. Maarten helpt hen hierbij kniehoog wadend door de ondiepe rivier. Wonderlijk dat hier eeuwenlang schepen over voeren, toen het kanaal nog niet gegraven was! Een beetje verder op de ligweide installeert zich een gezinnetje waarvan de hond in Maarten een ideaal speelkameraadje gevonden heeft: hij (de hond) stort zich met doodsverachting keer op keer in het koude rivierwater om er de stok uit op te vissen.

Als het heetst van de dag voorbij is, pakken we ons boeltje bij elkaar en heeft Steven de grootste moeite om de pikketen weer los te krijgen. Hij heeft immers bij het aanleggen de punt van ons geïmproviseerd exemplaar aan splinters geklopt, zodat er nu niets anders opzit dan de bovenste helft er gewoon vanaf te slaan. Onder de brug van Asnois en de hefbrug van Arc, die knarsend en piepend toegeeft aan de spierkracht van Inge, gaat het langs weiden bezaaid met solitaire bomen naar de sluis van Tannay (s38-39). Dat is een van de twee dubbele van onze reis, waarbij je van de volgelopen eerste sluiskom onmiddellijk in de lege tweede vaart. Blijkbaar toch wel indrukwekkend voor de nieuwelingen, temeer omdat deze sluizen ook behoorlijk turbulent zijn en we als een speelgoedbootje heen en weer gezwierd worden. In een loodzware warmte legt Steven ons onmiddellijk aan stuurboord vast onder de schaduw van een rij platanen, met behulp van een geconfisqueerde bezemsteel. In de brandende zon klimmen we te voet twee kilometer naar Tannay om er de wijnkelders te gaan bezoeken, waar zich een tiental wijnbouwers verenigden in een coöperatieve. Ze blazen er hun eertijds befaamde droge witte wijn nieuw leven in, die aan het hof van Lodewijk XIII fel gesmaakt werd. Na de phylloxeraverwoesting moest men van nul af aan beginnen en daarvoor selecteerde men twee ruivenrassen: de Chardonnay-druif en de 'Melon' (die elders 'Muscadet' heet).

De kelders hebben iets aandoenlijks en getuigen van mensen met liefde voor het vak maar zonder enige marketingkennis. Het aftandse ijskastje valt om de haverklap open, de duizenden roséflessen in de kelder kunnen nog niet verkocht worden 'omdat de etiketten op zijn' en tot overmaat van ramp kan enkel cash betaald worden. Het geldautomaat van het dorp doet een duit in het zakje (sic) want het is stuk. De uitbaters zien er echter geen graten in om onze buitenlandse valuta zonder morren aan een correcte prijs in te wisselen. En de wijnen? Die zijn hun geld meer dan waard: de witte vormt een fruitboeketje terwijl de rode zich met zijn koppige karakter uitstekend leent voor een kaasschotel. Maar wanneer de uitbaatster hem gaat halen uit de opslagruimte, valt de deur prompt uit de hengsels, zodat Steven McGyver ter hulp moet schieten. Die werpt even later zijn sigarettenpeukje weg, dat vervolgens (zo verklaart betrokkene) terugspringt op zijn teen. Resultaat: een keurig blaasje op zijn grote teen en een vermelding voor de dagelijkse piemelprijs. Gelukkig wordt zijn knutselwerk gewaardeerd, want de uitbaatster brengt kopers en koopwaar in haar R4-tje, zoals je er alleen maar op het Franse platteland kan vinden, weer naar het kanaal. Wim en Maarten zien hun steile heenreis per fiets beloond met één heel lange afdaling die hen zonder trappen weer bij het kanaal brengt.

Enkele kilometers verderop tanken we nabij Cuzy water en reserveren we meteen een tafeltje op het terras van een gezellig restaurantje. Er wacht ons nog het draaibrugje van Curiot (k95) en even later leggen we om acht uur aan de rechteroever aan voor de nacht. We hebben zowaar een verstekeling aan boord: een kikkertje dat angstig om zich heen zit te kijken, maar op eigen kracht weer over de hoge rand in het kanaal springt.

Een korte opfrisbeurt en we wandelen over het ophaalbrugje terug naar het dorpje voor het avondmaal. Na het obligate voorgerecht (geitenkaas) kiest Maarten voor (natuurlijk) steak met frietjes en de anderen voor een entrecote met groenten. Met glinsterende ogen ziet Maarten een industriële hoeveelheid frietjes afgeleverd worden, terwijl de anderen het moeten stellen met twee schijfjes gebakken aardappel! De uitbater zorgt inmiddels voor entertainment door als een gek op zijn trompet te blazen en vervolgens gewoon verder te gaan met zijn personeel uit te kafferen. Maar de nacht is zwoel, het gezelschap goed en de wijn overvloedig zodat we voldaan rond middernacht in het aardedonker over het jaagpad weer naar ons drijvend huis strompelen, dat aangemeerd ligt onder een populierenrij.

 

Terug naar het menu van het vakantieverhaal Naar dag 13