Terug naar het menu van het vakantieverhaal Naar dag 14

 

Om halfacht worden we wakker om te ontdekken dat de spinnen ons vannacht behoorlijk geteisterd hebben: hun venijnige beetjes nemen bovendien soms weken om te helen. Daarna heeft ieder zowat zijn eigen ochtendtaakje: Steven kuist de populierenblaadjes van het dek, Tanja en Inge wassen af en Wim haalt de ophaalbrug op ter hoogte van St-Didier. Dan volgen twee kort opeenvolgende sluizen (s37 & s36), waarvan Engelse collega's er zonet de eerste namen, maar op ons wachten voor de tweede. Meer nog: we mogen zowaar voorgaan, al hebben we een donkerbrui vermoeden waarom. Inderdaad: ook deze sluiskommen vullen zich turbulent, zodat we weer behoorlijk dooreen geschud kunnen verder. De sluiswachter rijdt mee naar de sluis van Châtillon, waar hij Tanja behulpzaam het natte touw recht in haar nek gooit …

Het kanaal wordt hier wondermooi, ofschoon het op slechts enkele meters van de spoorweg loopt. Maar daar merk je niets van, omdat hij door een dichte haag aan het oog onttrokken wordt; bovendien hebben we al die tijd geen enkele trein horen rijden! We vertragen een tijdje zodat het kindje van wandelaars op het jaagpad ons met zijn driewielertje kan bijhouden, en meren af in het haventje van Monceaux-le-Comte met zijn dertiende-eeuwse kasteelruïnes. Maar voor een bezoekje rammelen onze maagjes te hard en als hongerige leeuwen bestormen we de plaatselijke kruidenierswinkel. Die verkoopt zowaar zelfgemaakte geitenkaas en biedt ons spontaan aan om onze aankopen bij het kanaal af te zetten. Een gebaar dat wordt geapprecieerd.

Langs twee ophaalbruggetjes, doorheen de groene tunnel van statige platanenrijen en via wat sluizen (s34, s33) stomen we verder zuidwaarts, waarbij enkel een plastic stoel die van het bovendek waait en uit het kanaal moet gevist worden voor wat oponthoud zorgt. De ophaalbrug van Chazel (k86) is er een van het roestige soort: ze piept en kreunt en knarst bij het ophalen, maar Maarten helpt door aan de ketting te gaan hangen . Wim klimt er dan weer bovenop om ze gemakkelijker weer omlaag te krijgen. Even voorbij de sluis 'Mortes' (s32), waar het kanaal gevoed wordt vanuit de Yonne, leggen we aan de rechteroever aan en genieten bij de rivier van het zonnetje en van een koud glaasje 'Melon' uit de kelders van Tannay. Maarten en Wim dobberen wat rond in de grote rubberboot en worden hierbij van de andere oever nauwlettend gadegeslagen door een kudde koeien.

Iets na enen zwaaien de deuren van de sluis 'Gravier' open, de eerste van een lange rij: vandaag zetten we zo slechts twintig kilometer op de teller met evenveel sluizen! Gelukkig zijn er nooit tegenliggers en is het heerlijk weer waarbij er even wat wolkjes voor de zon schuiven, telkens wanneer het net iets te warm wordt. De sluiswachtster van Chitry (s29) hult haar meer dan royale afmetingen in een blauwe bolletjesjurk en onderhoudt hulpsluiswachter-van-dienst Steven geruime tijd over de kwalen die haar teisteren. Met haar zegen maar met de waarschuwing dat het slechter weer zal worden als haar artritis het bij het rechte eind heeft, varen we een mooi kanaalpand in. De hefbrug (k83) even verderop wordt net opengedraaid door tegenliggers, waarna wij zoals het hoort de dienst na hen verzekeren. De pastis vloeit inmiddels alweer rijkelijk, terwijl Inge een lange dut doet op het bovendek, die zelfs door het watergeweld van de sluizen niet verstoord wordt.

In ons eigen ritme klimmen we zo sluis na sluis de waterscheiding tegemoet, die ons morgen bij het eindpunt wacht: langs een verlaten sluiswachterhuisje (s27) en een dubbele sluis (s25-25) waarvan de wachter ons verzekert dat enkel Belgen een fooi geven. Daarna gaat het via een kaarsrecht en enkelrichting kanaalpand naar het extreem lage bruggetje voor de sluis 'Yonne' (s24). Die ontleent haar naam aan het feit dat vanaf hier de Yonne de schippers die stroomafwaarts varen, gezelschap houdt. Maar omdat wij net het tegenovergestelde doen, zwaaien we hier het riviertje vaarwel. En ook de supervriendelijke sluiswachtster, die het niet onder de markt heeft met het authentieke systeem waarmee de poorten opengezwaaid worden: een massief eikenhouten balk! Ook de omgeving verandert in deze buurt dramatisch: weg zijn de glooiende weiden, hier kijken we aan tegen uit de kluiten gewassen en dicht beboste heuvelruggen, waarvan de valleien ons kanaal een onderdak geven.

Schrijver dezes vraagt de lezer overigens zijn excuus voor het gebrek aan accuratesse bij de beschrijving van de laatste zes sluizen. Oorzaak is de nimmer aflatende stroom pastis die, bij uitputting van voorraad, gevolgd wordt door donkere (Wim) dan wel blonde (Steven) trappist. De volgende sluizen (s21 & s20) liggen naast een fabriek waar stenen tot gruis gemalen worden, zodat het er behoorlijk stoffig is. Dat ondervindt ook Steven, die plat op zijn buik moet om een afgebroken fender uit de sluiskom op te vissen. Het stof wordt weggespoeld met een extra trappist, zodat de laatste sluizen van de dag met het grootste gemak opengedraaid en -geduwd worden. Om vijf uur leggen we lallend aan in de haven -niet meer dan een kanaalverbreding- van Sardy.

Na een korte 'chill-out' stappen we welgemutst naar sluis 16, waar een verwarde jongeman een restaurantje houdt dat hij -geheel naar eigen vondst- "A l'ecluse n°16" gedoopt heeft. Op weg erheen begint het plots dikke druppels te regenen en in de verte bliksemt het erop los. Als men bij onze nationale Tv-omroep nog eens een accurate zij het cosmetisch iets minder aantrekkelijke weervrouw zoekt, kan men altijd terecht bij de sluiswachtster van Chitry …

Het eten vanavond is OK, men zit hier niet verlegen om een glaasje pastis als aperitief en ook de cognac als wegzakkertje smaakt heerlijk. We worden zo laatste klant en leggen welwillend onze kredietkaart op het schoteltje met de rekening. Oeps: dit moet dat ene restaurant in Frankrijk zijn waar men nog niet van Visa en konsoorten gehoord heeft. De goedlachse eigenaar vindt het allemaal best grappig ("L'argent n'est pas important, messieurs, mesdames"…) en stelt voor om de kinderen als onderpand te houden (tja, het Dutroux-verhaal zindert hier nog na). Maar hoe we ook passen en meten met ons weinige Belgische geld en de 50 Franse Frank: we komen er niet. Voor de restauranthouder volstaat echter onze stellige belofte hem bij aankomst in België meteen een cheque voor het ontbrekende bedrag toe te sturen. Dat beloven we en we verhogen dat bedrag later met de bankkosten.

Na dit laatste avondmaal verlaten we welgezind het etablissement. Niet zo Wim, die nog net op de vrouwelijke wederhelft van onze bon-vivant stuit en wiens werkterrein de keuken beslaat. Vrezend voor de goede afwikkeling der financiële zaken, heeft zij zich immers van haar potten en pannen losgewrikt en krijgt onze arme metgezel een tirade van verwensingen naar het hoofd geslingerd. Als hij het vege lijf weet te redden en zich buiten vervoegt bij zijn kompanen, horen we binnen de veldslag met onverminderde heftigheid verdergaan, waarbij onze "maître d'hôtel" het mikpunt van haar hoon wordt.

In het aardedonker slenteren we weer naar ons bootje, waar we deze 'sluisdag' besluiten bij een natje en een praatje.

 

Terug naar het menu van het vakantieverhaal Naar dag 14