|
Dag 14 : Magie in de tunnels van La Collancelle |
| Terug naar het menu van het vakantieverhaal |
Zondag, 27 augustus
Deze ochtend heeft
het zwaarste vaarschema van de hele reis
in petto. Er volgen nu immers zestien
sluizen over een afstand van nog geen
vier kilometer, die ons vijftig meter
hoger zullen tillen naar Port-Brűlé.
Omdat Steven en Tanja vanmiddag al
moeten vertrekken naar België, zijn we
er vanmorgen als de kippen bij. Om zeven
uur zwabberen we in de ochtendnevel al
duchtig het dek, zodat de Espade om
stipt acht uur voor de eerste sluis ligt
te dobberen (gelukkig is de vrouw van
het restaurant nog niet wakker). Wim is
intussen met de fiets op verkenning
langsheen de sluizentrap en ziet zijn
scheepsmaten bij terugkeer al fluks de
tweede sluis binnenvaren. In een gestaag
tempo werken we zo om de tien minuten de
volgende af, waarbij de sluiswachters
ons vaak een tijdje over het jaagpad
vergezellen. Al die tijd worden we
versast tezamen met een erg nonchalante
collega, die er elke keer weer in slaagt
ons achteraan te rammen, terwijl wijzelf
alle moeite van de wereld hebben om onze
boot vooraan op de woeste kolken in
bedwang te houden.
Maar het is volop genieten van het magnifieke natuurkader dat dit kanaaldeel omgeeft. De sluiswachter van de sluizen zeven tot vijf blijkt een overjaarse hippie te zijn inclusief flodderkleding en haarband, die zowaar zijn sluisbrug roze geschilderd heeft, maar een juweeltje van een sluiswachterhuisje bewoont, dicht begroeid met klimplanten. Hier is het ook dat we pas de eerste dalende collega's tegenkomen, die vanmorgen in ons eindpunt Baye vertrokken zijn.
Het valt schipper Wim intussen op dat zijn trouwe dienaar (de boot, niet Inge) al die tijd telkens net iets meer reactietijd nodig heeft, waarbij de boot op 'vol vooruit' of 'vol achteruit' eerst loom en daarna haast niet meer reageert. Aangezien de oorzaak onbekend is, zit er niets anders op dan koppig door te varen in de hoop nog net in het hoogste kanaalpand te geraken. Het zweet parelt Wim op het voorhoofd telkens hij een manoeuvre moet doen, maar vooral wanneer hij bruusk moet stoppen. Want dan leidt de Espade een eigen leven en glijdt zij onverstoord op haar doelwit af, terwijl haar opvarenden moord en brand schreeuwen om medeschippers tijdig te verwittigen. Bij de voorlaatste sluis is het echter voluit raak: daar staat behoorlijk wat stroming door het watervalletje onmiddellijk naast de sluis. Er varen net twee collega's uit, die Wim op een haartje na mist omdat de achteruit niet meer reageert. We raken hierdoor brutaal de linkse sluismuur, stuiteren terug en worden naar het watervalletje gezogen. Publiek is er intussen ook genoeg voor het spektakel dat meewarig lachend het verdere verloop volgt, hierbij aangemoedigd door de sluiswachter die wild gesticulerend aan Wim probeert duidelijk te maken wat hij moet doen om uit zijn benarde positie los te komen. Deze laatste heeft inmiddels een behoorlijk moordlustige blik in zijn ogen en slaagt er tenslotte in zich met het nodige trek- en duwwerk van zijn bemanning de sluiskom in te worstelen.
Met een bang hartje
geraken we zo in Port-Brűlé, waar in
een verbreding de kunstmatige "Rigole
d'Yonne" het kanaal continu met
water voedt vanuit het twintig kilometer
verderop gelegen stuwmeertje. Wij hebben
hier met ons amechtige pruttelend
dieseltje echter weinig oog voor en
bellen de basis van Charmes Nautiques
op. Omdat we nog slechts drie kilometer
van het eindpunt van de reis verwijderd
zijn, adviseert men ons het erop te
wagen. Allemaal goed en wel, maar die
lopen over een strook met beurtelings
eenrichtingsverkeer én drie tunnels !
De laatste hindernis bij de aanleg van het kanaal van de Nivernais werd immers gevormd door de kalkachtige heuvel ‘La Collancelle’, die men al sinds 1784 probeerde te bedwingen. Er moest een lange sleuf uitgehouwen worden met drie tunnels. Het is zwaar labeur, waarvoor aanvankelijk dwangarbeiders gebruikt worden. De werkomstandigheden zijn onmenselijk en velen van hen storten in van ziekte en uitputting of verdrinken in ondergelopen bouwputten. Het jaar 1787 eist een uitzonderlijk zware tol als een bouwschacht instort en 70 veroordeelden levend begraaft. Hun lichamen worden nooit gevonden.
Maar het was ook hier
dat na bijna zestig jaar het ‘Canal du
Nivernais’ op 1 maart 1841 feestelijk
geopend werd met een botenstoet. Die
voer eerst door de diepe sleuf, waar
duizenden mensen op de steile wanden
juichten. Bij de ingang van de eerste
tunnel hield men halt en de bisschop van
Nevers, die een levend boegbeeld vormde,
zegende het kanaal in, waarna het door
de verlichte tunnel naar Port-Brűlé
ging. Honderdzestig jaar later nemen wij
het omgekeerde traject en wanneer het
licht nabij het bruggetje op groen
springt, duiken wij dit duivelse
bouwwerk in.
Het wordt een
absoluut adembenemende trip, waarbij we
ons ontdekkingsreizigers in het
Amazonegebied wanen. Het smalle kanaal
slingert zich door een oerwoud van bomen,
die het licht haast volledig wegfilteren.
Even later gaat het dan weer door de
uitgehouwen sleuf, waarlangs een klein
watervalletje zich in de diepte stort en
onder een brug op hoge pijlers, waardoor
je je hier beneden nog nietiger voelt.
Het wordt onaards wanneer we de gapende
mond van de eerste tunnel ziet opduiken,
die van Breuilles, 212 lang. Onder het
lage tonvormige stenen gewelf varen we
naar het lichtpunt aan het andere einde.
Vandaar gaat het meteen tussen meters
hoge stenen wanden naar de
volgende tunnel, die van Mouas met zijn
lengte van 268 meter. De apotheose volgt
even verderop met de langste van de drie
tunnels, de 'Collancelle' die driekwart
kilometer onder de heuvel doorloopt. De
aanloop wordt gevormd door een klammig
diepgelegen kanaalstuk waarvan de stenen
oevers begroeid zijn met mos en dat je
de kille tun
nel inleidt, waarvan je het
einde niet kan zien omdat hij gekromd
is. Eerst vaar je onder een gewelf van
grote brokken witsteen, daarna werd
baksteen gebruikt. De tunnel wordt
verlicht (nou ja) maar alleszins
verlucht door drie kokers die dwars door
de rotsen tot aan de oppervlakte
uitgehouwen werden. Dit is waarlijk de
mooist denkbare bekroning van een
prachtige reis. Omdat Alexander dit
alles heeft moeten missen, besluiten we
om volgend jaar, wanneer we hier weer
vertrekken, alleszins de doortocht
doorheen de tunnels (heen én weer) weer
op het programma te zetten.
Met horten en stoten
leggen we om half een voor de laatste
keer aan en dat bij de ingang van het
haventje van Baye, gescheiden van de
grote vijvers door een lange stenen muur.
Hier zwaaien we Steven en Tanja uit voor
de terugreis en slaan even later zelf
aan het inpakken, omdat de motorpech
niet meer vandaag kan verholpen worden.
Het is een vastgelopen filter, die
vanuit Briare nog naar hier moet
gebracht worden. Maarten besluit zich de
zondaagse piemelprijs toe te eigenen
door zijn rubberboot ondanks de vele
waarschuwingen van zijn papa toch in het
kanaal te laten vliegen, waarna hij er
in willen springen maar helaas een
kleine misrekening maakt en in het
kanaal dondert. Wim besluit zijn zoon
echter alsnog de loef af te steken en
neemt ruim een uur de tijd om alle
luchtmatrassen en speelgoed minutieus af
te drogen, netjes op te vouwen en
zorgvuldig in een tas te schikken en
vervolgens de tas op de schuine
oeverkant te werpen, waarna deze netjes
het kanaal inrolt en Wim vloekend
opnieuw kan beginnen. Maar het is
tenslotte Inge die het verbaasde tweetal
met een straatlengte klopt door al haar
geitenkaas (ter waarde van enkel
honderden Franse Franken) in de ijskast
te vergeten bij het vertrek. Gelukkig
voor haar denkt Wim (nota bene een
notoire geitenkaashater) er nog aan
wanneer zij de haven uitrijden …
En zo komt er een einde aan een trip van twee weken die ons langs 333 kilometer en 161 sluizen van Briare naar Baye bracht. We gebruikten hiervoor de noordelijke route via het Seine-dal langsheen drie kanalen en twee rivieren en een enorme diversiteit aan sluizen en landschappen. Volgend jaar nemen we met de 'Espade Concept Fly' de zuidelijke route langsheen het Loire-dal. Maar tot het zover is, hebben we nog duizenden herinneringen van deze zomer om te koesteren.
Mechelen, december 2000
| Terug naar het menu van het vakantieverhaal |